mémoire varendonck docenten Contact

VARENDONCK

VWO5

Periode 4

Toetsweek
periode 4:
VWO5
Vocabulaire: 53 t/m 60  (losse woorden, in zin kunnen vertalen, extra hoef je niet te leren)
Werkwoorden: mourir, naître, voir, de regelmatige werkwoorden op -RE- (b.v. perdre) (ex. 26)

Ben je werkwoordenschema's kwijt dan kun je door hier te klikken een werkwoordenschema downloaden. Je kunt op de volgende site het schema controleren: http://www.leconjugueur.com/frindex.php

Of je kunt de werkwoordenvervoeger hieronder gebruiken, door het werkwoord in te voegen en vervolgens op 'OK' te klikken:


La conjugaison des verbes en un clic !


N.B. (De tijden: futur, futur du passé, présent, imparfait, passé composé: alle tijden N/F + F/N)

Grammatica: - verwijswoorden: (ex. 8)
- scharnierwoorden (ex. 10, 14)
- zinsvolgorde (ex. 25)
- gebruik tijden (ex. 31)


Leer de bijbehorende aantekeningen + extra oefenstencils.

Taalhandelingen: 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 2.1, 3.3, 3.4, 3.5, 3.9, 3.11, 4.2, 4.3, 4.4, 4.5, 4.6, 4.7, 4.9 (N/F)
Taalstrategieën 1.2, 1.2
Comment dire: ex. 23, 24, 29
Literatuur: 18e eeuw
printer
Als je het bovenstaande overzicht af wil drukken, klik dan op het printer-pictogram.

Gebruik van enige informatie verkregen middels deze website gebeurt voor risico van de gebruiker. Wees dus zelf attent en meld eventuele fouten.